ZOMERDAG

datenbuitenlucht4

Kanoën wilde hij, mijn lieve romanticus. Samen op het water, onzichtbaar voor de wereld om ons heen. Vlinders…, buiten, maar veel meer nog in mijn buik. Eindelijk waren we samen. Ik hoefde niet te roeien. Hij wilde dat ik tegenover hem kwam zitten, zodat we naar elkaar konden kijken.
Naar hem kijken… hoe graag deed ik dat. Elk detail van hem in me opslaan. Zijn ogen, de aanstichters van mijn gevoelens voor hem. Langzaam maar zeker kroop hij in mijn hart en nam er zijn permanente intrek. Een rustige huurder. Behulpzaam, invoelend en attent. Meestal. Maar vaker en vaker veranderde hij in een warme wervelwind, die onverbiddelijk al mijn vlindertjes wekte.

Lauwe wind streelde mijn blote huid. Mijn dunne zomerjurkje bedekte weinig. Hij zei niet veel. Ook hij keek. Naar mij, hoe ik mijn benen zachtjes om de zijne klemde. Naakte huid op naakte huid. Kleine elektrische vonkjes toen hij traag heen en weer schoof, zijn blote voeten langs mijn enkel. Hij veranderde van koers en lachte als een kwajongen toen de wind volgens plan mijn jurkje deed opwaaien.
Hoe glansden zijn ogen toen ik het opgaf telkens weer de fladderende stof terug op mijn benen te leggen. Zijn voet kroop steeds hoger en duwde zachtjes mijn benen uit elkaar. Hoe verwacht, hoe vanzelfsprekend, hoe heerlijk. Hij veroverde mijn met zijn blikken, zijn strelingen, zijn luchtkus, die ik gretig beantwoordde. Vlinders, vlinders, zoveel vlinders…
Hij zette koers naar een verlaten eilandje en hielp me uit de boot. Heel even lag ik in zijn armen. Een kort moment… Mijn stem weigerde dienst.
Hij sloot me in zijn armen en verstevigde zijn greep toen hij me onder zijn handen voelde beven.
‘Meisje, je beeft helemaal.’ Zijn verrassing was hoorbaar in zijn stem.
Het was waar wat hij zei. Ik trilde als een espenblad. De warmte van zijn handen brandde door de dunne stof van mijn jurkje. Zijn mond was zo dicht bij me dat ik zijn koele adem voelde op mijn verhitte voorhoofd. Hij hief mijn hoofd, geheel vanzelfsprekend ontmoetten onze lippen elkaar. Voorzichtig eerst nog. Teder, als lieve vriendjes.
‘Kom lief…’ Zijn stem klonk als een fluistering.

Zijn glimlach maakte me week, mijn hartstocht verstilde. We hadden de tijd, zo veel tijd. Ik wilde oneindig met hem vrijen. Ik wist het zeker, ik had hem lief.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s