PRAATJES VOOR DE VAAK


Schichtig om zich heen kijkend haast hij zich naar de bar van het hotel.
Ik sta op, mijn hand reikt naar het kuiltje in zijn nek. ‘Dag, schatje.
Hij deinst terug. ‘Nee,’ zegt hij en maakt zich los van mijn strelende vingers. ‘Iedereen kan ons zien.’
Ik verbijt mijn teleurstelling en stel voor naar onze kamer te gaan.
‘Wacht even. Ik wil met je praten,’ zegt hij en bestelt een glas thee. ‘Jij nog iets?’
Mijn glimlach bevriest.
‘Doe mij nog maar een wijntje,’ zeg ik, want ik realiseer me maar wat goed wat er komen gaat. Ik ken hem al zo lang en in al die jaren is er niets veranderd. Hij houdt van me. Dat weet ik wel. Zoiets voel je. Maar hij is getrouwd en dat vreet aan hem. Dan duwt hij me weg en moet ik bedelen om zijn aandacht. Tot er iets gebeurt. Het wordt voorjaar of hij verveelt zich op kantoor… Als zijn passie oplaait, lijkt zijn geweten plots geen rol van betekenis meer te spelen. Dan plaagt hij me, streelt me met zijn woorden en maakt dat we onze bezwaren én onze duizendvoudige belofte alleen nog goede vrienden te zijn klakkeloos opzij schuiven. O ja, ik zie het aankomen. Telkens weer. Toch speel ik zijn spel. Ik hou immers grenzeloos van hem.

‘Ik ben je honger, je dorst? Je passie en begeerte, schreef je?’ Haast onzichtbaar schudt hij zijn hoofd. ‘Ons verlangen ontstaat niet zomaar’, zegt hij. ‘Dat creëren we zelf. Willens en wetens. Dit is pure liefde? Misschien zei je het een keer te vaak, lieve schat. Het is zo verkeerd wat we doen. Dit kan niet, dit mag niet!’
Mijn maag krimpt samen.
‘Wat jij zegt is te exclusief en te veelbetekenend om buiten mijn huwelijk te gebruiken. Natuurlijk hou ik van je, maar niet op die manier. Ik raak je graag aan, zowel lijfelijk als je hart. Geen lust, maar hartstocht. Vurig, oprecht, diep …’
Hij pauzeert als onze bestelling gebracht wordt.
‘Maar je benauwt me soms,’ vervolgt hij. ‘Ik ben overspelig, zondig en jij noemt het pure liefde? Mijn geweten zegt …’
Diep in me lijkt er iets te knappen. ‘Stil maar,’ bijt ik hem toe. ‘Ik bedaar wel. Dat doe ik immers altijd.’ Mijn stem sterft weg.
‘Stel je toch niet zo aan, lieverd! Wat reageer je afschuwelijk primair. Ik deel mijn diepste gedachten me je. Dat wil je toch zo graag?’
Zijn woorden treffen me als een klap in mijn gezicht. Ik recht mijn rug.
‘O ja, dat wil ik graag. Maar ik verdraag het niet meer door je opgejut te worden. De afgelopen dagen ben ik zingend door het leven gegaan. Ik keek uit naar vandaag en dacht terug aan onze eerste keer. Weet jij het nog? Hoe je voor me lag? Je sidderde van genot. Ik kuste, likte en proefde je zoals je vrouw nog nooit bij je heeft gedaan en met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid in geen honderd jaar zal doen.’ Ik kijk hem indringend aan. ‘Ik vroeg of je het nog weet?’
‘Ja! Ja! Maar praat alsjeblieft wat zachter.’ Zenuwachtig pulkt hij aan een bierviltje.
‘Natuurlijk schreef ik je wat je opwindende berichtjes met me deden. Ik heb de minuten geteld en nu ik hier trillend van begeerte voor je zit, zet je dat superieure gezicht van je op en moet ik terug in mijn hok? Je houdt alleen van je vrouw? Of nee, dat zeg ik verkeerd, je houdt ook van mij, maar die woorden zijn te groot om voor mij te gebruiken? Flikker toch op!’

Hij draait ongemakkelijk op zijn kruk. Ik word merkwaardig kalm ineens.
‘Je weet best dat ik niet superieur …’
‘Praatjes voor de vaak, mijn schat!’ spuug ik hem in het gezicht. Ik heb nog wat vragen. Want ik weet helemaal niets eigenlijk. Vertel eens! Laat zij jou wel eens stuiteren van lust? Of kreunen van hartstochtelijk verlangen?’
Zijn ogen worden groot van verbijstering.
‘Gaat zij mee in het spel als je haar opwindende berichtjes stuurt? Of bewaar je die speciaal voor mij?’
Hij heft zijn hand. Ik spreek steeds luider.
‘Hoe vaak doen jullie het nog? Drie, vier keer per jaar? Of is mijn schatting aan de hoge kant? En hoe is het dan? Opwindend? Ja? Laat zij je verlangen zoals ik? Laat zij je hunkeren zoals ik? Nou?’ Om ons heen kijken mensen naar ons om.
‘Niet zo hard, lieverd! Je weet best …’
‘Ik weet helemaal niets zeg ik toch! Ik weet alleen hoe we elkaar hebben leren kennen. Vertel me eens, lieveling; was het omdat je thuis je bevrediging vond dat je op zoek ging? Nou?’
Mijn spottende lach doet hem ineenkrimpen.
‘Praat alsjeblieft wat zachter. Iedereen kan …’
‘Als je dat nog één keer zegt, zal ik pas echt mijn stem verheffen. Dan weet in een mum van tijd jouw hele dorp dat je haast kermend van verlangen op zoek ging en waar je me uiteindelijk vond, schatje! Zo veel mannen zoals jij! Stuk voor stuk kerels met een hart dat overstroomt van liefde en lust. Mannen die niet zonder begeerte oud willen worden. Je zag mij. En ik koos jou.’ Ik kreun. ‘Oh lief, wat koos ik jou!’

Bezwerend heft hij opnieuw zijn hand. ‘Praat toch alsjeblieft wat zachter! Iedereen luistert mee.’ Hij knikt onopvallend richting de barman die ons gesprek met interesse lijkt te volgen.
‘Nou, en? Of ik nou fluister of schreeuw, mijn schat. Of je me nu wegstuurt of niet, mijn lieveling, je verlangen zal er niet door bedaren, geloof me. Je hunkering naar mijn lippen, mijn handen, mijn lichaam. Want ook jij denkt terug aan toen we samen waren. In feite maar een paar keer en altijd gehaast, nooit ontspannen, want de angst voor ontdekking smoorde je genot. Maar in je hoofd duurt de opwinding voort, daar groeit steeds weer het hete verlangen naar mijn lijf. Hoe vaak droom je hoe ik je uitkleed, je vastgrijp en hartstochtelijk tegen me aandruk? Hoe vaak bedenk je hoe ik je zal kussen? Eerst plagerig … duizend kusjes op je borst … dan lager … je buik … steeds lager. Tot je me waanzinnig van verlangen vastgrijpt en mijn lippen daar naartoe duwt waar jij ze zo graag hebben wilt. Heet, hard …’
Hij zucht diep. ‘Ik zou willen dat …’
Ik schud mijn hoofd. ’Lieveling, wat jij wil, is niet zo belangrijk meer. En wat ík wil is verleden tijd. Ik wilde jou. Altijd. Jaar na jaar. Maar steeds was daar jouw wroeging. Ik haat de voortdurende onzekerheid of je begeerte het deze keer wél van je geweten zal winnen.’

Vechtend tegen mijn tranen gooi ik mijn wijn in een teug achterover en sta op. ‘Eindelijk weet ik het! Ik zal niet meer wachten op het moment dat je me onvoorwaardelijk lief zal hebben.’
Ik kus mijn wijsvinger en leg hem teder op zijn lippen. ‘Dank je voor alles. Ik zal je zo vreselijk gaan missen. Vaarwel, mijn schat.’
Verbijsterd komt hij overeind. ‘Vergeef me …’ Hij grijpt mijn polsen.
‘Niet vergeten, mijn lief, ik heb van niemand ooit meer gehouden dan van jou,’ fluister ik.
Mijn hart bonst, maar schijnbaar kalm maak ik me van hem los.
De barman loopt op ons toe en informeert wie van de heren wil afrekenen.
Ik wijs.’Vandaag betaalt hij de rekening.’
Als ik wegloop branden zijn ogen in mijn rug.

***

Praatjes voor de vaak  1e plaats publieksprijs fictie Editio 2016 (2e plek totaalklassement)

***

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s