Klooster

Sober

Het is nog vroeg, de zon is nog niet op. In de keuken til ik de ketel op het fornuis. Met moeite schuif ik een stuk hout in de kachel. Ik neem me voor de klusjeman te vragen de houtblokken kleiner aan te leveren. Deze zijn veel te groot. Ik trek de rookstoel dichterbij, tuur door het mica ruitje en zie hoe het smeulende vuurtje ontwaakt. Oranje vlammen likken het blok. Daar kijk ik graag naar. Langzaam laat ik een onrustige nacht achter me.

Toen ik hier kwam, aten we in de sombere refter hiernaast. Inmiddels staat er een oude tafel in de grote keuken. Ik denk kersenhout. De eiken stoelen die ik uit het verlaten hospitium haalde, zijn geler. Hij stond onder het afdak in de achtertuin. Volgestouwd met gebarsten bloempotten, bindtouw en kleine schepjes. Sœur Maria keek me aan of ik gek was toen ik vroeg of ik hem binnen mocht zetten. Ze vond het maar een vies ding. Ik heb me werkelijk wezenloos geboend, maar nu heb ik haar al een paar keer het inmiddels warm glanzende tafelblad zien strelen.

Ik vind dat je het beste moet halen uit wat je tot je beschikking hebt. Dat het niets met soberheid te maken heeft. Die tafel was er nou eenmaal. En die stoelen ook. Net als de warme keuken. Waarom zou je dan in een steenkoude eetzaal je eten naar binnen werken. De helft van de zusters is het met me eens. De andere helft twijfelt. Maar ik zie ze wel allemaal genieten. Wat kan daar nu mis mee zijn?

In het gastenverblijf heb ik oud serviesgoed zien staan. Vanmiddag ga ik op strooptocht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s